Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

De vierde student

Het leek een rustige week te worden. Vorig weekend naar Pass Valley om een paar afstudeerders op te zoeken. Daarna dinsdag en woensdag een tripje met studenten naar een voorbeeldige school in een dorp. Tussendoor gewoon lesgeven en medisch advies geven. Maar gisteren kwam er een eind aan de rust. Toen ik op de theologische school kwam bleek dat er weer een student was overleden, nadat hij al een tijdje ziek was. De vierde student in minder dan twee jaar.

Een maand of wat geleden hadden Wijnanda en ik hem nog opgezocht. Zijn medische problemen leken niet heel serieus, wel hebben we aangeraden om zijn bloed compleet te laten controleren, inclusief HIV-test. Je weet nooit wat er achter een schijnbaar oppervlakkige zwakte schuilgaat. Gisteren werd direct gesuggereerd dat er wel meer aan de hand geweest zou zijn. 

Hij was om 12 uur ’s nachts overleden in het ziekenhuis en omdat de familie ver weg woont nam de staf van de theologische school de organisatie van de begrafenis op zich. De studenten gingen een graf graven op de begraafplaats, anderen gingen koken voor de rouwenden en weer anderen aan de slag om een kist in elkaar te timmeren. Toen ik om 11 uur weer terug kwam op de plek van de rouw – die hier een paar dagen duurt – werd ik direct gevraagd om bij de rouwdienst een meditatie te houden. Predikanten van zijn kerk waren gevraagd, maar niet in de gelegenheid om te komen. Een andere docent zou dan op het graf spreken en ds. Malchus Nekwek, de rector van de school, bij het moment dat het lichaam naar de lijkauto/ambulance gebracht zou worden. 

Doordat het nog wel een paar uur duurde voordat de kist en het graf klaar waren, maakte ik een deel van de gesprekken over de student mee. Iedere keer als er weer een nieuw familie-lid kwam, gaan de mannen staan, huilen ze mee en krijgt iedereen een speciale groet. Daarna gaan de gesprekken weer door. Die gingen nu vooral over: waarom of waaraan is de student overleden? Iedere keer deed iemand anders een duit in het zakje. Hij reed ‘ojek’ (motortaxi) op zijn motor, zou hij ziek geworden zijn doordat hij ook vaak in de regen en kou reed? Hij had medicijnen gekocht buiten reguliere apotheken, zou dat hem fataal geworden zijn? Of ligt het aan de theologische school? Hoeveel studenten zijn er wel al niet overleden? Deze persoon wilde precies weten wie er overleden was, om zo te kunnen bepalen of er een vloek op de school rust. Of was het toch iets in zijn gedrag? Had hij verkeerde wegen bewandeld – een eufemisme voor overspel? Benadrukt werd dat hij zelf nooit iets had toegeven. Als er al iets was, had hij dat aan zijn vrouw bekend, zo had hij benadrukt. Dus moest één van de vrouwelijke studenten even bij zijn vrouw – die binnen bij het lijk zat, terwijl wij buiten zaten – voorzichtig bij zijn vrouw gaan informeren wat zij ervan dacht. Daar kwam ook weinig uit. Uit de samenvattingen die af en toe tussendoor gegeven werden bleek dat een aantal mensen dacht dat hij verkeerde wegen bewandeld had en daar misschien een ziekte opgelopen had die niet te genezen was (lees: HIV).

Onverwachts moest ik dus een meditatie houden. Eerst hield ik de boot even af, maar toen bleek dat niemand anders kwam opdagen die het kon doen, besloot ik dat er weinig anders op zat. Toen ik onderweg was naar het huis van de student vroeg ik me af waarom er weer een student overleden was. Waarom laat God dit gebeuren? Ik moest terugdenken een psalm 4, die ik een paar dagen geleden gelezen had, samen met de klas van deze student. Een avondgebed, waarin David alles in handen legt van God. Vers 6 kwam terug in mijn gedachten: “Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!” Daar heb ik over gemediteerd. Wij hebben veel verwachtingen van studenten, maar als hun leven zo plotseling en jong (33 jaar) afgebroken wordt, dan vragen we ons af: wat komt er nog van terecht? Wie laat ons het goede zien? Iemand met nog veel plannen en verantwoordelijkheden – ook voor zijn vrouw en vijf kinderen – is er niet meer. Hoe nu verder? Verder wroeten en zoeken naar oorzaken van ziekte is niet zo nuttig. Wel is het nuttig om te leren om bijtijds hulp te zoeken en op onszelf te passen. Maar vooral moeten we het lichtend aanschijn van God zoeken. Alleen dat leidt ons op de juiste weg. Alleen God zal ons het werkelijk goede laten zien.