Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

Blikken

In ons weggetje is het nog prima te doen. Als ik mensen onderweg zie, groet ik ze en krijg ik een fatsoenlijke groet terug. Kinderen roepen vaak 'mama Sam' of 'mama Coen', een teken dat ze weten wie ik ben. Andersom is dat lang niet altijd het geval, ik vraag vaak aan Coen of Sam wie dat kind dan is. Sam kan dan meestal feilloos vertellen dat het een kind is uit van de kleuterschool of van de basisschool. Een stukje verderop zijn we wat minder bekend en roepen de kinderen 'orang barat'. Het ergert me altijd een beetje, net alsof je een blanke altijd mag naroepen, ik roep toch ook niet 'anak Papua'. Maar goed, kinderen, dat is nog best te doen, meestal zwaai ik maar lief terug of roep ik 'daaa'. Kinderen, dat gaat wel, het wordt een ander verhaal als ik volwassenen ontmoet, vooral mannen. Meisjes en vrouwen is prima, zij groeten gewoon met 'selamat pagi'. Mannen... Ik krijg er dagelijks bibbers van. Als ik fiets ben ik al van ver herkenbaar als blanke vrouw, grote fiets, lang, blond haar, dat geeft alle mannen de kans om er eens goed voor te gaan staan om me te bekijken en na te roepen. Daarom blijft tegenwoordig de fiets maar thuis, op de motor duurt het iets langer voordat mannen zien dat ik blank ben, omdat ik sneller ga en een helm draag. Maar dan nog...
Een poosje geleden reed ik langs een groepje mannen die aan de kant van de weg zaten te wachten op hout voor een brug. Ze zaten gezellig te praten. Ik kwam er aan, een van de mannen stond op om me uitgebreid aan te gapen, binnen no time stonden alle zes de mannen te staren. De negeerknop gaat aan en doorrijden maar, toen ik terug kwam was gelukkig het hout gearriveerd en hadden ze wat beters te doen. Negeren, ik word er steeds beter in. Mannen die roepen 'Goodmorning, mister!' of 'I love you'. Soms probeer ik ze voor te zijn, bijvoorbeeld als er een groep studenten aan de kant van de weg zit, scheelt het een hoop als ik groet met 'selamat pagi', dan groeten ze netjes terug, maar als ik dan voorbij ben, hoor ik alsnog 'ss, ssss' of gefluit. Bibbers. En hoe vaak m'n hart al een slag heeft overgeslagen, omdat een inhalende auto, taxi of vrachtwagen ineens toetert als hij naast me is, al dan niet gepaard met wat vleiende woorden van de bijrijder vanuit het autoraampje. Ik krijg regelmatig de vraag van vrienden: "Zag je me niet vanmorgen, toen je me tegenkwam?" Nee, sorry, ik zag je niet, iedereen toetert, ik negeer alles...
Nog vervelender wordt het als mannen je aan gaan raken, zoals een poosje geleden, een wat minder heldere man pakte ineens m'n arm, toen ik langs reed en een stukje verder stopte een man me om geld te vragen. Dan ben ik wel even ondersteboven en heb ik de neiging om bepaalde plaatsen te mijden, maar dat gaat gelukkig altijd weer over na een paar dagen. 
Ben ik nu bang? Te bang om erop uit te gaan? Nee, dat niet, maar ik ben wel erg alert. M'n tas gaat altijd onder het zadel van de motor, zelfs als ik die dan een beetje moet aanduwen en het scherm van m'n telefoon eraan gaat. De auto is altijd op slot om ervoor te zorgen dat dronken mensen niet zomaar een autodeur open kunnen trekken.
Het voelt echt naar om als speelgoed bekeken te worden, mannen kleden me met hun ogen uit en zien in mij niet meer dan een gebruiksvoorwerp. Aan de andere kant heb ik met ze te doen, dat je zo verknipt kan worden door porno te kijken, waarin blanke dames figureren, het verwijdert echt elke gezonde kijk op seksualiteit. Niemand die het abnormaal lijkt te vinden dat blanke dames zo bekeken mogen worden. En dan de Papua-dames, die hebben het stukken moeilijker dan ik. Bij mij blijft het nog bij kijken en een enkele keer een aanraking, hun eerste seksuele ervaring is vaak een aanranding of verkrachting, wat dan gewoon maar geaccepteerd wordt. Mannen zijn immers de baas in deze cultuur, vrouwen moeten gewoon luisteren en doen wat van hen gevraagd wordt.