Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

Vervloekt?

Drie weken geleden, in een dorp in het laagland, Berukmakot. “Er is net een kind overleden", komt iemand gehaast vertellen. We stappen net de deur uit om weg te gaan naar een andere dorp in het Korowai-gebied. Tassen ingepakt, hoed op tegen de zon. Maar dit gooit roet in het eten. Terug naar binnen, eerst overleggen. Want vertrekken terwijl de kampung rouwt, dat kan niet.

Na eerst gebeden te hebben, gaan we overleggen. Het gebruik in het dorp Berukmakot is dat er ongeveer 20 dagen gerouwd wordt. Het exacte aantal dagen hangt af van het verteringsproces van het lijkje. Want ze hangen het lijkje op met een paar stokken onder het hoofd; zodra het hoofd en de romp los van het elkaar zijn houdt het rouwen op. In dit tropische laagland duurt dat ongeveer 20 dagen. In die 20 dagen ligt het dorpsleven stil. Gelukkig wordt dat niet van ons gevraagd; 1 of 2 dagen is wel redelijk. Dus we besluiten het vertrek uit te stellen.

Vanmorgen kwam de vrouw met het kindje van drie maanden naar de evangelist toe. Het kindje had overgegeven, wilde niet drinken en voelde slap. De evangelist bad met het kindje en direct daarna blies ze de laatste adem uit. Al snel komen de verhalen los. Het kindje is mogelijk overleden vanwege een vervloeking. Want de vrouw heeft al twee kinderen verloren. De man is momenteel in de stad – ook niet zo’n best teken. Wat is er aan de hand met de vrouw en het kind? Zijn er problemen met de schoonfamilie? Is de bruidsschat wel betaald? Wie heeft het kindje vervloekt? In dit dorp zijn kinderen vaak de dupe van problemen tussen families. Het komt regelmatig voor dat het eerste kind van een echtpaar direct doodgeslagen wordt met een stuk hout omdat de bruidsschat nog niet is betaald.

Opeens komt er iemand binnenrennen: "Het kindje ademt nog!" Snel rent de evangelist en nog wat anderen er naartoe. Ik er achteraan. Misschien kan ik met mijn boerenverstand – want het beheer van de medische kennis heb ik uitbesteed aan Wijnanda – nog iets betekenen. Snel klimmen we in de hut. Daar doet iemand een hartstochtelijk gebed: “Heere Jezus, verdrijf de krachten van Satan. U bent veel sterker. Genees dit kind. We geven het in Uw handen.” Omdat niemand verder iets doet bekijk ik het jongetje maar. Hij ziet er geel uit, waarschijnlijk is hij gewoon uitgedroogd. Hij voelt niet warm, eerder koud. Verder zit er nog best wat leven in. Ik vraag om een spuitje met water, maar ik zie ook dat de melk uit de borst van de moeder drupt. Kan ze hem niet gewoon wat melk geven? Ze legt hem aan de borst en hij drinkt. We drukken haar op het hart dat ze hem echt zoveel mogelijk drinken moet geven, ook als hij het niet wil. En als hij niet wil drinken, moet hij water met een spuitje krijgen. De evangelist zal af en toe nog even langs gaan om te kijken hoe het gaat.

Als we teruglopen ga ik nog even naar de radio om te kijken of ik Wijnanda kan bereiken via de golflengte van de base van Lentera. Maar nee, het is zaterdag, dus er wordt niet gevlogen en de radio wordt niet beluisterd. Dus hoop en bid ik maar dat ik het juiste heb gedaan.

Vandaag zie ik op Facebook dat het jongetje alsnog is overleden, vijf dagen nadat we uit het dorp weggingen. De doodsoorzaak is niet helder. Hij heeft overgegeven en wilde niet meer drinken. In tegenstelling tot de gebruiken in het dorp heeft het jongetje een christelijke begrafenis gekregen. Het lijkje wordt weer tot stof, het kindje is teruggegeven aan God.