Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

Kerkstrijd

 

“De bevolking vindt het wel leuk dat je er bent,” vertelt de evangelist. “Ze willen graag dat er blanken in het dorp wonen, zoals ook in een paar dorpen in de omgeving. Daarom zijn ze blij dat jij er nu bent.” Soms hoef je er blijkbaar weinig voor te doen om gewaardeerd te worden. Alleen het hebben van de juiste huidskleur doet al wonderen.

Na een enerverende reis ben ik in het Korowai-gebied aangekomen, samen met mijn lokale collega’s. De reis ging eerst met het vliegtuig, toen vijf uur met een dumptruck die door brede rivieren heen kan (en als hij vast zit, komt een kraan hem verder duwen), daarna nog drie uur lopen door het regenwoud.

 

Na een poosje doorvragen komt de aap uit de mouw. In die andere dorpen, waar ook blanken zijn, is alles goed op orde. Ze hebben er snel een landingsbaan aangelegd in de bush. Een mooi huis gebouwd, er is een schooltje, medische zorg. Alles in orde. Snel, op tijd en functioneel. En kijk eens hier, in ons dorp. We werken al meer dan tien jaar aan een landingsbaan. Een school wordt nu pas gebouwd. Medische zorg is er wel, maar alleen van de evangelist, er is geen verpleger. Nee, dan kun je beter een blanke evangelist hebben. Dan is alles snel en goed geregeld.

Zondag, in een ander dorp in hetzelfde gebied. Gisteren tot diep in de nacht door het oerwoud gelopen, toen in een ‘rumah tinggi’ geslapen in het bos en vanmorgen aangekomen in het dorp. Mooi op tijd om de bevolking op te roepen om naar te kerk te komen. Tijdens de mededelingen na afloop van de dienst komt iemand met de mededeling dat hij wil dat er meer verandering in het dorp komt. Een school, een polikliniek, een gebouw voor de radio. De huidige evangelist werkt hier al lang, maar er verandert niets op dat gebied. Dus heeft hij een andere kerk gevraagd om een evangelist te sturen. Helaas loopt deze mededeling uit op een heuse kerkstrijd. Pijlen en bogen worden gehaald en binnen de kortste keren staan er twee groepen tegenover elkaar die elkaar bedreigen: een groep die de evangelist steunt, een andere die verandering wil. Ik besluit om een poging te wagen om wat vrede te stichten en breng met zachte hand een stuk of drie van adrenaline trillende mannen terug naar hun huis. Deze keer heeft mijn blanke huidskleur een voordeel: ik val buiten de twee groepen en kan daarmee de situatie wat kalmeren.

 

 

Na de avonddienst wordt de kerkstrijd met woorden voortgezet. Een brief met zes eisen komt op tafel. Als die eisen niet ingewilligd worden, dan zal een andere kerk gevraagd worden een evangelist te sturen. Eén van de eisen is dat een blanke in het dorp komt wonen. Mijn collega’s vragen me te reageren en ik zeg dat een blanke en een Papoea alleen een andere kleur huid hebben. Onder de ‘motorkap’ is het hetzelfde. Dus de vraag is waarom ze een blanke in het dorp willen hebben. Het antwoord: omdat die veel spullen meebrengt. Een blanke legt snel een landingsbaan aan en brengt van allerlei spullen mee.

Ik probeer uit te leggen dat ik ook geen landingsbaan in de kast heb liggen en dat het evangelie gaat om de boodschap van zonde en genade. Niet om alle rijkdom die westerse evangelisten ter beschikking hebben. Maar ik voel dat deze boodschap niet echt wortel schiet.

Om deze wensen nog meer kracht bij te zetten krijg ik zelf een klein briefje. Daarin staat: “Wees niet bang voor ons. We zijn nog wat primitief, gebruiken nogal snel pijl en boog om een discussie ten einde te brengen. Maar het is hier gewoon veilig, dus kom gerust bij ons wonen.”