Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

Modderlawines in Sentani

Zondagmorgen, 17 maart. Rond 6 uur kom ik uit mijn bed en kijk even op mijn telefoon of er nog berichten zijn. “Klopt het dat BSF [de registratie van ons vliegtuig] verloren is,” lees ik snel. Even mijn ogen uitwrijven. Is dit een flauwe grap? Al snel komen de volgende berichten binnen. Er is een ramp gebeurd.

Door grote regenval – en voorafgaande ontbossing – in Sentani zijn grote, plotselinge, modderlawines ontstaan. Sentani is de stad aan de kust die vanuit Wamena de verbinding met de buitenwereld vormt. We komen er ieder jaar een paar keer en kennen de situatie dus ook goed. Op vele plekken zijn huizen weggevaagd, met mensen en al. Later op zondag wordt duidelijk hoe groot de schade is. Veel mensen zijn verdronken of verongelukt door instortende huizen. Nu zijn al meer dan 70 doden geteld en het aantal loopt nog steeds op. De verhalen zijn hartverscheurend en doen me denken aan verhalen over de watersnoodramp. Kinderen zijn uit de armen van de moeders gerukt door het aanzwellende water. Anderen zijn bedolven onder instortende huizen. Velen zijn vermist, ook de materiële schade is groot. En afgelopen nacht heeft het opnieuw heel de nacht keihard geregend, met nieuwe modderlawines tot gevolg. 

Ons vliegtuig stond in de hangar in Sentani voor onderhoud. Al sinds januari, want er waren problemen met het tijdig bestellen van onderdelen. We zouden juist deze week weer gaan vliegen. De modderstroom kwam naar beneden de berg af en is dwars door de hangar gegaan. De muren zijn er uit, alleen het dak hangt er nog een beetje. Het vliegtuig ligt zo’n honderd meter verderop aan het eind van de landingsbaan. Helemaal kapot: onderstel eraf, vleugels verbogen, propeller krom. Ook de nieuwe onderdelen en alle gereedschap van de monteurs is met de modderstroom verdwenen. Het is een grote strop voor ons, omdat we maar een vliegtuig hebben. Heel stichting Lentera is er van afhankelijk: de training van onze piloten en monteurs, de salarissen van onze collega’s, de school, het gezondheidsprogramma… Het is nog onduidelijk of de verzekering dit gaat dekken. En dan nog gaat het maanden duren voordat we een nieuw vliegtuig en weer inkomsten hebben. 

De vraag is: wat wil God ons hiermee leren? Vanmorgen hadden we een weekopening met onze collega’s en kwam deze vraag aan de orde. Zijn we te trots geworden? Waren het vliegtuig en de gereedschappen dingen waar we teveel ons hart op zetten en nam God ze daarom weg? We weten het niet. Het is een natuurramp en daar kun je geen algemene verklaring voor geven. Wel kun je er persoonlijk lessen uit trekken. 

Naast verdriet is er ook dankbaarheid. Niemand van onze Lentera-mensen is getroffen. Vanmorgen deelden sommigen van onze collega’s en vrienden dat het een Bijbelse opdracht is dat we in alles dankbaar moeten zijn. Dat is een les voor ons. Wij mogen ook dankbaar zijn: een vliegtuig is maar blik, het is vervangbaar. Mensen zijn niet vervangbaar. Van onze directe collega’s en vrienden is niemand omgekomen. We leven nog. God geeft ons nog genadetijd.