Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

Een echt Papua-weekje

Deze week was een echte Papua-week. Als iemand vorige week gevraagd had wat we gingen doen, was het totaal anders dan wat we werkelijk gedaan hebben. En ja, weer heel veel vlieguren deze week, door ons allebei. Elco heeft uren in een MAF-vliegtuig doorgebracht. Wijnanda ging even op-en-neer naar Singapore. We zullen morgen maar een extra boom in ons bos planten.

Het begon vorige week vrijdagavond. Ineens bleek ik toch een vlucht gekregen te hebben naar Okhika. Ja, ik had er een paar weken eerder een berichtje over gestuurd aan de voorzitter van Yapelin, de diaconale stichting van de GIDI-kerk. Maar niets meer gehoord. En toen bleek dat alles gewoon gepland en aangevraagd was. Het was wel een vlucht vanuit Sentani naar Okhika, dus er moest nog een vlucht van Wamena naar Sentani komen. Normaal gesproken geen probleem. Nu wel. Alle lijnvluchten vol, tot een week later. Dus ging ik op zoek naar andere mogelijkheden. Uiteindelijk kreeg ik zondagavond uitsluitsel van een MAF-piloot: morgen om half acht kun je je melden voor een vlucht naar Sentani. “Mag het ook acht uur zijn? Ik moet om half acht nog een opening van het semester verzorgen.” En ja hoor, dat was ook goed. (Uiteindelijk vertrokken we tegen 11 uur…)

In Sentani een ticket voor de terugweg gekocht; vrijdag voor de zekerheid. Je weet nooit of je op tijd uit het dorp komt. Dinsdag door naar Okhika, aan de noord-oostkant van de bergen in Papua, een uur vliegen van Sentani. En daar met de training begonnen. Op donderdag zouden we – samen met een team van twee andere trainers-in-opleiding – weer al opgehaald worden, dus we moesten wel een beetje doorwerken. 

Na afloop van de training bel ik Wijnanda met de satelliettelefoon op woensdagavond. Even zoeken naar bereik en na zo’n 10 minuten ging de telefoon over. Ze neemt niet op. Nog een keer herhaald: zoeken naar bereik, proberen te bellen. Tot vijf keer. Zou er iets zijn? Het is al negen uur ’s avonds, misschien slaapt ze al? Na een half uurtje maak ik aanstalten om naar bed te gaan en loop ik naar buiten om mijn tanden te gaan poetsen. Nog een keertje proberen dan. En ja hoor, ze neemt op. 

“Hoe gaat het?” 

“Ja prima op zich, maar ik ben onderweg naar Singapore.” 

De schrik slaat me om het hart. Waarom? Met wie? Ik versta de eerste paar keer niet wie het is. Is het Maria? Die was de afgelopen dagen een beetje ziek. 

“Nee, het is iemand anders. Mogelijk een hersenbloeding. Dus direct door naar Singapore om onderzoek te doen. De kinderen zijn bij vrienden in Wamena. En jij wordt morgen direct naar Wamena gebracht door de MAF.” 

Op donderdag kan de MAF-Kodiak precies binnenkomen in Okhika. Dan trekt het weer dicht, met te weinig zicht op de bergen om te kunnen vertrekken. Na een half uur wachten kunnen we er uit. Eerst naar Sentani. Dan direct door naar Wamena, met een tussenstop in een dorp. “Je krijgt vandaag goed de gelegenheid om mijn vlieg-vaardigheden te evalueren,” grapt de piloot. 

Wijnanda is inmiddels weer op de terugweg en komt als het goed is morgen – zaterdag – in Wamena aan. Dan zit er weer een enerverend weekje op, wat totaal anders was dan verwacht. Met de patiënt gaat het inmiddels gelukkig beter.