Elco en Wijnanda van Burg zijn juni 2014 naar Papoea (Indonesiƫ) vertrokken. Zij werken namens stichting Lentera op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

De rode lijn

"Jongens, schiet nou eens op met dat opruimen, wat een troep hier, jullie moeten ook de honden en kippen nog doen en het eten is al klaar!" En een volgende dag: "Elco, je belooft áltijd dat het maar even duurt even en dan kost het een uur, je weet toch dat we nu gaan eten?" Om het minste of geringste schiet ik uit m'n slof en geduld is er nagenoeg niet. Elco heeft ook al zo'n kort lontje en de jongens luisteren voor geen meter.
Het duurt altijd even, maar dan daagt het weer, zouden er gewoon teveel dingen zijn die ons stress geven? Als er hier expats naar mij toe komen met allerlei vage klachten en ik kom er lichamelijk niet uit, dan is het meestal bingo als ik vraag: heb je het druk op je werk? Komen er momenteel veel dingen op je af? Tijd voor een korte stress-vragenlijst.

Snel moe? Zelfs als je genoeg slaapt? Snel geïrriteerd? Cynisch? Vergeetachtig? Minder efficiënt? Als ik zo'n test afneem, blijkt niemand van de expats hier te scoren in het gebied "probably coping adequately with the stress of your work", vrijwel iedereen zit in "probably suffering from work stress, it would be wise to take preventive care", of zelfs in de bijna of helemaal burn-out categorie. 
Wij Westerse mensen zijn gewend om flink door te werken, zeker de calvinistische mensen onder ons: gewoon doorgaan en niet zeuren. Dat deden we in Nederland al (of in de Verenigde Staten of waar we ook vandaan komen) en hier gaan we daar onverschrokken mee door. Zelfs een beetje extra hard, want we zitten immers op het zendingsveld. We verwachten hoge resultaten van onszelf en we denken ook een klein beetje voor ons thuisfront: zij geven immers al dat geld aan ons om ons werk hier te kunnen doen, dat geld en onze tijd moeten we goed gebruiken! En dat gaat ook best een tijd goed, er zit flink wat rek in sterke elastieken.

Maar waarom is er nu niemand hier in Wamena die gewoon stress-loos zijn werk kan doen en hier kan leven? Eigenlijk is dat helemaal zo moeilijk niet om daar achter te komen, je hebt er alleen de moed voor nodig om even goed rond je te kijken en nog meer moed om te concluderen dat al die dingen die je ziet, je stress geven. Wat te denken van: wonen in een andere cultuur; dagelijks wisselen tussen minstens drie talen; omgaan met mensen die ja zeggen en nee doen; collega's die je verkeerd begrijpen; mannen die openlijk naar vrouwen staren, ze naroepen of zelfs aanraken; je boodschappen moeten doen in vijf verschillende winkels  en elke keer weer ervaren dat er vanalles op is; viezigheid en afval wat overal op straat ligt. De lijst zou nog veel langer te maken zijn, maar zou dit al niet voldoende zijn om je stresslevel continue net onder of zelfs op de rode lijn te houden? 

Als alles gewoon goed gaat, dan kijken we langs het afval op straat, doen we blijmoedig de boodschappen en lachen we om cultuurverschillen en taalblunders. Maar er hoeft maar een klein dingetje te gebeuren, zoals de auto die voor de zoveelste keer stuk is, een collega die het beter weet, een andere collega die maar geen ja doet na heel veel keer ja zeggen en daar gaan we. Geduld met de kinderen is ineens verdwenen. "M'n werk is niet leuk meer, als ze toch niet luisteren, stop ik ermee! Wat doe ik hier nog!" En die sponsors? We kunnen beter onze mond maar houden, we leveren toch geen goed werk, waar zijn de resultaten eigenlijk die we in onze nieuwsbrief moeten gaan zetten?

Als de diagnose eenmaal gesteld is, gaat het meestal weer in een opwaartse lijn. De jongens hebben heus niet meer rommel gemaakt dan anders, ík ben degene die er gewoon niet tegen kan, die orde wil voor mijn gestresste hoofd door het huis opgeruimd te houden. We gooien er maar weer eens wat extra avonden praten tegenaan, dingen worden gerelativeerd, sorry gezegd, op tijd naar bed. En ons leven gaat weer verder, net onder die rode lijn, tot het volgende incident ons weer even een piek geeft. Het is altijd de vraag hoe lang een elastiek strak gespannen kan staan, hoever kun je gaan tot hij knapt?